Advanced Bionics Europe

Advanced Bionics Europe

enfant arrondi

De geschiedenis van het cochleair implantaat.
 
Tweehonderd jaar geleden stak een wetenschapper die Alessandro Volta heette metalen staven die verbonden waren met een actieve stroomkring in zijn oren. Hij beschreef de ervaring als gelijkaardig aan het geluid van kokend water. Dit was de eerste gedocumenteerde poging om elektrische stimulatie rechtstreeks naar het gehoorsysteem door te geven.

Alhoewel er verder nog bijkomende pogingen werden gedaan in de loop van de volgende 50 jaar, werd in het midden van de jaren 1800 de gedachte verworpen van elektrostimulatie als therapeutische methode. Het duurde tot de jaren 1930 dat de gevolgen van elektrostimulatie op het gehoor opnieuw werden bestudeerd. Twee onafhankelijke onderzoeksteams, een uit de Verenigde Staten en een uit de Sovjetunie ontdekten dat er hoorgewaarwordingen werden bereikt door individuen die doof waren wanneer zij elektrostimulatie van het middenoor kregen. Geen van deze beide onderzoeken resulteerde echter in een praktische toepassing voor een gehoorimplantaat, voornamelijk omdat de technische moeilijkheden die op dat moment werden ondervonden, niet konden worden overwonnen.

Op het einde van de jaren 1950, meldden wetenschappers in Frankrijk de eerste succesvolle elektrostimulatie van gehoorzenuwen door het inbrengen van een elektrode in het binnenoor van een dove. De patiënt merkte het ritme van de spraak en rapporteerde dat de stimulatie hem hulp bood bij het liplezen. Dit was het begin van de ontwikkeling van de moderne slakkenhuisimplantaten.

In de loop van de jaren 1960 werd er enorm veel energie gewijd aan het bestuderen en het ontwikkelen van slakkenhuisimplantaten en tegen 1970 was de eerste wijdverspreide klinische toepassing al aan de gang. Deze vroege generatie van slakkenhuisimplantaten waren apparaten met één kanaal die gecodeerde informatie naar slechts één elektrodenplaats in het binnenoor verstuurden. Deze apparaatjes zorgden ervoor dat de patiënten spraak en geluid gewaar werden en ze verbeterden de capaciteit van het liplezen, maar ze verstrekten over het algemeen geen spraakherkenning puur via het gehoor.

De introductie in de jaren 1980 van apparaatjes met meerdere kanalen betekende een belangrijke vooruitgang in de technologie van de slakkenhuisimplantaten. De apparaatjes met meerdere kanalen stimuleren immers de vezels van de gehoorzenuw op tal van plaatsen langs de hele lengte van het slakkenhuis en waar alle elektroden ineens worden gestimuleerd, of na elkaar, waar de elektroden één voor één worden gestimuleerd.

Het stimuleren van de zenuwvezels op verschillende plaatsen is belangrijk omdat elke zenuwvezel in het binnenoor "gestemd" is op een verschillende hoogte, en dit afhankelijk van zijn plaats. De gehoorzenuwen zijn zo georganiseerd dat de hoge frequenties bij de basis van het slakkenhuis worden opgenomen, terwijl de lage frequenties bij het centrum of aan de top worden opgenomen. Deze regeling wordt de "tonotopische" organisatie van het oor genoemd. Met de introductie van systemen met meerdere kanalen, werd de capaciteit om spraak te begrijpen zonder liplezen bereikt.